Op 12 december is het rapport Wennink gepresenteerd. Het rapport maakt duidelijk dat nu investeren in een duurzame economie noodzakelijk is om te behouden dat Nederland een land blijft dat niet alleen economisch succesvol is, maar ook verantwoordelijk, veerkrachtig en veilig is. Een land dat de toekomstige welvaart van volgende generaties zeker stelt.
Het rapport gaat regelmatig in op onderwerpen die raken aan de waterstofeconomie, en zoomt op een aantal punten specifiek in op waterstof als energiedrager en grondstof. NLHydrogen heeft het rapport geanalyseerd op dit thema en zet dit uiteen in vier waterstofconclusies. Klik op de conclusies om zo een uitgebreide analyse te kunnen lezen.
Conclusie 1: Waterstof is een systeemtechnologie en dempt netcongestiekosten
Netcongestie
Het rapport stelt terecht dat waterstof een systeemtechnologie is die kan bijdragen aan het dempen van stijgende netcongestiekosten. Dit is ook een belangrijke conclusie uit de recente systeemstudie van CE Delft. Het rapport Wennink benoemt dat de overheid zo snel mogelijk deze energie-innovatie moet stimuleren, waarbij de overheid als launching customer moet opereren om doorbraken te versnellen en door waterstofprojecten in netcongestiegebieden te prioriteren.
Het rapport stelt daarnaast een capaciteitsmarkt voor waarin marktpartijen via een capaciteitsveiling betaald worden om flexibele elektriciteitsproductie beschikbaar te houden. Een dergelijke markt bestaat al in vrijwel heel Europa, maar nog niet in Nederland. Hier kunnen waterstofcentrales een rol in spelen.
Waterstof als kans
In algemene zin roept het rapport op om netcongestieproblematiek op te lossen en benoemt hierbij concrete maatregelen. Om elektrolyse in Nederland écht van de grond te krijgen is het dan ook belangrijk om energiekosten te verlagen en waterstofproductie te zien als kans in plaats van als uitdaging. Energiekosten zouden volgens het rapport niet hoger moeten dan zijn in omliggende landen.
Groen én blauw
Tot slot benoemt het rapport dat er weinig innovatie plaats vindt op het gebied van zowel blauwe als groene waterstof in Nederland door beperkte investeringszekerheid. De systeemstudie van CE Delft concludeert dat blauwe waterstof een essentiële initiator is om een liquide waterstofmarkt van de grond te krijgen. Om groene waterstof als systeemtechnologie van de grond te krijgen is investeringszekerheid voor zowel blauwe als groene waterstof dus essentieel.
Conclusie 2: Waterstof is een essentiële bouwsteen om industrie en chemie in Nederland te behouden
Strategische autonomie
Energie- en klimaattechnologie is één van de vier pijlers in het rapport waarin Europese en Nederlandse strategische relevantie essentieel is; de afhankelijkheid van landen als China is groot. Het rapport stelt dan ook terecht voor om energie-intensieve industrie die belangrijk is voor Nederland en Europa toekomstperspectief te bieden. Met name raffinage, staal en basischemie worden benoemd als een basis van verschillende ketens. De afhankelijkheden die hier in bestaan vormen een risico voor bijvoorbeeld de energiemarkt, voor energiezekerheid en de krijgsmacht.
Hand in hand
Deze analyse rond strategische autonomie wordt, naast doelen om klimaatneutraal te worden, een steeds belangrijkere factor in de doorkijk naar Nederland in de toekomst. Beschikbaarheid van voldoende groene energie en moleculen is niet alleen belangrijk voor duurzaamheid, maar ook vanuit geopolitiek perspectief nodig.. Het rapport stelt dan ook dat de energie-intensieve industrie ondersteund moet worden in de verduurzamingsopgave. Het doel is ombouwen, niet afbouwen.
Perspectief 2050
De systeemstudie van CE Delft schetst dit perspectief ook helder en concludeert dat veel energie-intensieve industrie richting 2050 niet alleen door elektrificatie kan verduurzamen. Met name voor raffinage, chemie, staal en zware mobiliteit zal waterstof een essentiële bouwsteen zijn. Inschattingen voor de benodigde hoeveelheid waterstof in 2050 liggen tussen de 300 en 700PJ (ter illustratie, 500PJ is ongeveer het huidige industriële gasverbruik in Nederland). Het is daarom cruciaal om het waterstofbeleid te koppelen aan het behoud van industrie en een masterplan rond waterstof te hebben binnen het Nationaal Plan Energiesysteem.
De samenhang tussen waterstof en de bredere verduurzaming van de industrie is ook in de projectvoorstellen goed terug te zien. Voor projecten van vergroening van de chemie wordt waterstof-integratie expliciet als randvoorwaarde genoemd.
Productiever
Tot slot stelt het rapport Wennink dat een doorbraak in arbeidsproductiviteit nodig is. De systeemstudie van CE Delft concludeert dat binnen de energiesector waterstof zich, naast elektrificatie, aan de bovenbandbreedte bevindt que arbeidsproductiviteit ten opzichte van biobrandstoffen en CCS. De verwachting is dat dit door leer- en schaaleffecten zelf nog kan verbeteren. Hiermee draagt waterstof onder de streep bij aan hoogwaardigere werkgelegenheid in Nederland.
Conclusie 3: De waterstoftransitie kan alleen van de grond komen als knelpunten worden opgelost
Heatmap
De verschillende domeinen in het rapport kennen elk hun eigen uitdagingen die scherp weergegeven zijn in een heatmap rond randvoorwaarden. Voor het onderdeel Energie en Klimaat zijn met name financiering, vergunningen, regeldruk, stikstofruimte en elektriciteitskosten als knelpunten geïdentificeerd.

Heatmap van belemmerende randvoorwaarden per domein, Bron Rapport Wennink, pagina 83
Investeringszekerheid
De systeemstudie van CE Delft concludeert dat de waterstofsector een sterke bereidheid heeft om de waterstofmarkt van de grond te krijgen, maar dat hiervoor investeringszekerheid nodig is. Het rapport stelt:
“Om de waterstoftransitie tijdig en effectief in te zetten in de periode tot 2035 heeft de sector stevige regie van het Rijk nodig, waarbij zij een visie op het energiesysteem in 2050 formuleert, inclusief de rol van waterstof, en uitstippelt hoe de transitie daarnaartoe eruitziet.”
Ook het rapport Wennink erkent dit en komt met specifieke aanbevelingen om deze investeringszekerheid specifiek te maken. Een belangrijk voorbeeld ligt rond Contracts for Difference (CfD’s) voor producenten én afnemers. Projecten met een lange looptijd hebben daarnaast zekerheid nodig over tarieven en subsidie- en normeringskaders.
Een andere belangrijke publieke randvoorwaarde uit het rapport ligt bij een snelle aanleg van de waterstofinfrastructuur. Recent is uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer wederom bevestigd dat de kosten toenemen en dat amortisatie een oplossing kan zijn. Nederland heeft echter geen staatsbank die een amortisatiefonds kan faciliteren. Het rapport Wennink stelt een Nationale Investeringsstructuur (in bijvoorbeeld de vorm van een Investeringsbank) voor; een goede initiator voor een amortisatiefonds.
Vergunningen en regeldruk
Daarnaast stelt het rapport dat voor de waterstofbackbone, opslag- en importfaciliteiten voorspelbaar beleid en vergunningszekerheid cruciaal zijn. Veel projecten binnen de energietransitie lopen op dit moment stroef vanwege regeldruk, lastige vergunningstrajecten en stikstofruimte. Het rapport beveelt aan deze procedures te versnellen.
Het recent door de Europese Commissie gepresenteerde ‘Grids Package’ geeft een aanzet om deze procedures voor projecten rond energie-infrastructuur en de energietransitie te versnellen. Nederland zou vooruit kunnen lopen op deze ontwikkeling door met name op het gebied van stikstofproblematiek oplossingen aan te dragen voor projecten die op de lange termijn zorgen voor stikstofreductie.
Conclusie 4: ‘HyValue Chain’ als concreet voorstel om de toeleveringsketen van de grond te krijgen.
Toeleveringsketen
Éen van de concrete investeringsvoorstellen in het rapport is ‘HyValue Chain’ met de focus op het doorontwikkelen van innovatieve flexibele elektrolysetechnologie, opbouw van Nederlandse maakindustrie en het demonstreren van deze Nederlandse technologie via demonstratieprojecten in samenwerking met industriepartners.
Flexibele waterstofproductie maakt wind-op-zee rendabel, voorkomt extra netcongestie en versterkt energieonafhankelijkheid. Dit stimuleert groene groei, hoogwaardige werkgelegenheid en voorkomt dat Nederland slechts doorvoerland wordt van geïmporteerde waterstof. Hier wil een breed consortium van bedrijven en innovatiepartijen de komende vijf jaar aan werken.
Concreet wordt er in het project eerst een demosysteem ontwikkeld en getest, en vervolgens opgeschaald naar een first-of-a-kind systeem waarin de operatie commercieel kan worden bewezen. Hierna is de innovatieve electrolyser klaar voor verdere commerciële uitrol en opschaling.
Volgens NLHydrogen is dit een prachtig voorbeeld van hoe met gerichte investeringen en publiek-private samenwerkingen een kansrijke technologie ondersteund kan worden – precies het soort toekomstgerichte investeringen dat Nederland nodig heeft.
Nederlandse én Europese samenwerking
Door industrie, ontwikkelaars en de maakindustrie te bundelen, kan Nederland als eerste in Europa een strategisch voordeel behalen met systeemintegratie. Het project zoekt met name aansluiting bij bestaande Nederlandse programma’s als GroenvermogenNL, NXTGEN Hightech en MOOI Oester. Daarnaast sluit het programma aan bij Europese programma’s als het Just Transition Fund, Clean hydrogen Partnership en het KIC-partnership. Onze leden Battolyser, HyCC en Port of Rotterdam en toonaangevende bedrijven als VDL hebben een belangrijke rol gespeeld in het opstellen van dit plan.
Samenvattend
NLHydrogen herkent en verwelkomt de conclusies in het Rapport Wennink die betrekking hebben op de waterstofwaardeketens. Met de voorgestelde maatregelen is de transitie naar strategische onafhankelijkheid en een duurzame samenleving en –industrie haalbaar.
Refenties:
Rapport Wennink: https://www.rapportwennink.nl/downloads/rapport_wennink_12december2025.pdf
HyValue Chain NL:
https://www.rapportwennink.nl/downloads/rapport_wennink_projectvoorstellen_december2025.pdf (pagina 43)
Systeemstudie NLHydrogen:
https://staging.nlhydrogen.nl/memos-2
