Tijdens het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over de Wet jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie heeft NLHydrogen haar visie gedeeld op dit wetsvoorstel.
Onze kernboodschap is helder: Nederland heeft alles in huis om een leidende rol te spelen in groene waterstof. Projecten worden al ontwikkeld en gerealiseerd, investeringen zijn in gang gezet en de keten begint zich te vormen.
Tegelijkertijd zien we dat de verdere opschaling onder druk staat. Niet vanwege een gebrek aan ambitie of technologie, maar door onzekerheid over vraag, kosten en randvoorwaarden.
De rol van de jaarverplichting
NLHydrogen steunt de voorgestelde jaarverplichting voor RFNBO’s in de industrie als een belangrijke stap om de markt op gang te brengen.
Een dergelijke verplichting kan fungeren als een vraaganker: het geeft producenten, investeerders en afnemers het signaal dat Nederland serieus inzet op de ontwikkeling van een waterstofmarkt en de verduurzaming van de industrie.
Zonder voldoende vraag ontstaat er immers geen markt, en zonder markt blijven investeringen achter.
Zorgen over uitvoerbaarheid en kosten
Tegelijkertijd leven er bij industriële afnemers zorgen over de kosten die met deze verplichting gepaard gaan. Hernieuwbare waterstof is momenteel nog duurder dan fossiele alternatieven, en die meerkosten kunnen niet door individuele bedrijven worden gedragen.
Zonder aanvullende maatregelen ontstaat het risico dat industriële activiteit afneemt of zich verplaatst naar andere landen, zonder dat dit leidt tot mondiale emissiereductie.
Daarom is het belangrijk dat de verplichting wordt ingebed in een samenhangend pakket van maatregelen dat de transitie mogelijk maakt, zowel economisch als praktisch.
Vier randvoorwaarden voor een werkende aanpak
NLHydrogen ziet vier samenhangende aandachtspunten die bepalend zijn voor het succes van de industrieverplichting:
1. Voldoende ondersteuning in de opstartfase
In de beginfase is financiële ondersteuning noodzakelijk om de onrendabele top van groene waterstof te overbruggen. Instrumenten zoals SDE++, OWE en een verbeterde STIHWI-regeling spelen hierbij een belangrijke rol. Deze ondersteuning moet bovendien meegroeien met de verplichting en de volumes in de markt.
2. Ontwikkel ook vraag naar duurzame eindproducten
Voor een structureel werkende markt is het essentieel dat er ook vraag ontstaat naar producten met een lagere CO₂-intensiteit. Alleen als afnemers, zowel bedrijven als consumenten, bereid zijn hiervoor te betalen, kan de transitie op termijn zonder structurele publieke steun plaatsvinden.
3. Beheersbare systeemkosten
De businesscase van waterstofprojecten wordt niet alleen bepaald door productie, maar door de gehele keten. Elektriciteitskosten, nettarieven, transport, opslag en infrastructuur zijn bepalend voor de uiteindelijke kosten. Het beheersbaar maken van deze systeemkosten is belangrijk, met name in de opstartfase.
4. Een uitvoerbare verplichting
De verplichting moet aansluiten bij de fysieke realiteit van beschikbare volumes en infrastructuur. Dat vraagt om een realistisch ingroeipad, flexibiliteit in de uitvoering en oog voor het Europese speelveld. Periodieke herijking is nodig om te voorkomen dat Nederland uit de pas gaat lopen met andere lidstaten.
Aan de slag, maar niet zonder randvoorwaarden
NLHydrogen pleit er niet voor om te wachten tot alle randvoorwaarden perfect zijn. Juist een duidelijke verplichting kan richting geven aan de markt en investeringen aanjagen.
Wel is het belangrijk dat de ontwikkeling van deze verplichting hand in hand gaat met de uitwerking van ondersteunende maatregelen. Alleen zo kan de transitie ambitieus zijn, uitvoerbaar blijven en betaalbaar worden.
De eerste stappen zijn gezet en Nederland heeft een sterke uitgangspositie. Door nu de juiste keuzes te maken in beleid en uitvoering kan de industrieverplichting uitgroeien tot een effectief instrument voor verduurzaming én economische versterking.
Benieuwd naar het rondetafelgesprek? Kijk hem hier terug.
Ingestuurde Position Paper NLHydrogen:
